Het rotten gaat verder
Bart De Wever bleef tijdens zijn verkiezingscampagne in 2024 consequent op dezelfde nagel kloppen: België is één van de meest belaste landen van de wereld en er was geen ruimte meer voor nieuwe belastingen.
In het verkiezingsprogramma werd zelfs gepleit voor een uitgavennorm zolang het overheidsbeslag meer dan 45% van het BNP bedraagt.
En er moest een staatshervorming komen want binnen de bestaande structuren zou het onmogelijk zijn om het rotten te stoppen.
Het was confederalisme of verarming, waarschuwde hij de kiezer.
De regering De Wever is inmiddels twee jaar aan het roer en dat is een goed moment om de tussentijdse balans op te maken.
Zo berekende het Monitoringcomité enkele maanden geleden dat de federale begroting op weg is naar een tekort van €38,3 miljard in 2029. Zelfs de Vivaldi-regering onder Alexander De Croo maakte het zo bont niet en eindigde met een tekort van €27,1 miljard.
Als we even de cijfers van de Nationale Bank erbij halen, dan wordt snel duidelijk dat er van de plannen van De Wever in de praktijk niets in huis zijn gekomen.
De overheidsuitgaven stegen €17 miljard in 2024 en €13 miljard in 2025 en het overheidsbeslag bedraagt inmiddels een duizelingwekkende 54,4% van het BNP.
Van iedere euro die we met z’n allen verdienen, geeft de overheid 54,4 cent uit.

Deze regering maakt zichzelf (en ons) graag wijs dat ze orde op zaken stelt en de overheidsfinanciën saneert, maar wie de bovenstaande cijfers bestudeert, ziet eigenlijk geen verschil tussen deze regering of de vorige.
Ondertussen is ook de rente behoorlijk hard aan het oplopen en dat zal de komende jaren verder druk zetten op de overheidsuitgaven. De rentelasten bedroegen vorig jaar €14,5 miljard.
In juni becijferde het Planbureau dat de rentefactuur tegen 2031 met €11 miljard zou oplopen. Die cijfers gingen uit van een tienjaarsrente van 3,2%. De huidige rente ligt echter 1,2% hoger en op €700 miljard schuld, betekent dat nog eens €8,4 miljard erbij. We gaan binnen vijf jaar dus al bijna €20 miljard extra aan rente mogen betalen!
En dan heb ik het nog niet eens gehad over de oplopende kosten van de vergrijzing. Ik denk ook niet dat het nodig is om mijn punt te maken: op de huidige manier gaan we er niet geraken.
De Wever had voor de verkiezingen gelijk: er is geen ruimte voor hogere belastingen in België. Iedere keer als deze en andere regeringen nieuwe en hogere belastingen introduceren, komen ze later tot de vaststelling dat de inkomsten tegenvallen.
De overheid beukt al 30 jaar tegen die Laffer-curve.
Ik schreef daar in april als eens het volgende over:
“In de jaren ‘90 werden de belastingontvangsten richting 45% van het BNP geduwd en ondanks de talrijke nieuwe en hogere belastingen die sindsdien werden ingevoerd, slaagde de overheid er nooit in om de inkomsten nog verder te verhogen.
Die 45% lijkt ongeveer het maximale percentage dat je aan belastingen uit de Belgische economie kan trekken. Je kan dan nog wel blijven persen maar het sap is uit de citroen.
Als je als overheid op zo’n moment meer blijft uitgeven dan de inkomsten toelaten, zorgen de tekorten voor hogere schulden.”
Hogere belastingen zetten dus geen zoden meer aan de dijk.
Lagere uitgaven dan maar?
Om het tekort weg te werken, zouden de overheidsuitgaven met ongeveer 10% moet dalen. Als de overheid echter 54% van je economie uitmaakt, betekent zo’n besparing een economische krimp van 5,4% waardoor de schuldratio verder stijgt. Sterke besparingen bieden dus ook hier helaas geen oplossing meer.
Wat dan wel?
Een complete bevriezing van de overheidsuitgaven. We geven vandaag ongeveer €350 miljard per jaar uit en we houden de uitgaven meerdere jaren op dat niveau.
Door de economische groei en de inflatie zal de overheid ieder jaar wat meer belastingen innen waardoor het tekort langzaam verdwijnt, de schuldratio normaliseert en het overheidsbeslag krimpt.
Bij 1% economische groei en 4% inflatie, kunnen we zo over enkele jaren weer aansluiten bij de betere regio’s in Europa.

En hoe moeilijk het ook zal zijn, het is beter dan het complete bankroet waar we op de huidige manier gestaag naartoe werken.